Workshop | opstarten met je scriptie | succesvol afstuderen
september 12, 2016
Even aan het mijmeren…
december 5, 2016
Show all

Hoe voer ik een jurisprudentieonderzoek uit?

Beste student, onderzoeker,

 

Onderzoeken is aan de orde van de dag. Zo onderzoek je waar je op vakantie gaat, wat voor jou de beste telecomprovider is en waar je het beste kunt eten. Ook doe je onderzoek naar literatuur, jurisprudentie of empirisch materiaal voor je scriptie. Het woord ‘onderzoeken’ heeft dus een brede betekenis in de maatschappij en eigenlijk lijken de verschillende vormen van betekenissen van onderzoek wel op elkaar. In alle gevallen is namelijk het doel van je handeling om kennis te vergaren door middel van een bepaalde handeling en hier een conclusie aan te verbinden. Van belang is dus om te weten wat je wilt onderzoeken, hoe je dit wilt gaan onderzoeken en welke conclusies je hieraan kunt verbinden.

 

Er zijn legio manieren van onderzoeken. Hierbij hopen je wat meer duidelijkheid te bieden, als het aankomt op het doen van een goed jurisprudentieonderzoek. Wij hebben besloten deze algemene tip te schrijven, omdat meerdere studenten naar ons toekomen met hetzelfde probleem: Niet weten hoe een goed jurisprudentieonderzoek te doen, of niet weten wat een jurisprudentieonderzoek is. Daarom zullen wij hieronder enkele tips, aanwijzingen en voorbeelden geven van een hoe een goed jurisprudentieonderzoek eruit moet zien.

 

Wij zouden graag beginnen met je proberen duidelijk te maken, wat een jurisprudentieonderzoek is. Een jurisprudentieonderzoek is geen onderzoek naar jurisprudentie, maar ook geen empirisch onderzoek. Het is heel belangrijk dat je goed de verschillen tussen deze typen van onderzoek kent, voordat je te werk gaat.
Een heel duidelijk antwoord op de vraag “wat een jurisprudentieonderzoek is”, is er niet. Dit komt omdat juristen het er niet over eens zijn of de jurisprudentie nu als ‘rechtsbron’ of als ‘kennisbron’ gebruikt moet worden. Met rechtsbron wordt bedoeld dat de jurisprudentie die wordt onderzocht zelf een rechtsregel naar voren moet brengen. Denk bijvoorbeeld aan het Haviltex-arrest, in dit arrest overwoog de Hoge Raad dat voor de uitleg van een overeenkomst niet alleen de letterlijke tekst van de overeenkomst van belang is, maar ook de intenties van de partijen. In deze uitspraak creëerde de Hoge Raad als het ware een nieuwe rechtsregel. Dit is dus één vorm van een jurisprudentieonderzoek. De andere, waar jurisprudentie als kennisbron wordt genomen, heeft een andere strekking. In dit type onderzoek is niet de rechtsregel, maar juist hoe de rechter hiermee omgaat van belang. Een goed voorbeeld om de rechtspraak als kennisbron te gebruiken, is wanneer je onderzoekt hoe de rechters omgaan met de norm uit het Haviltex-arrest. Het gaat dan ook niet om de inhoud van de rechtsregel, maar om hoe deze rechtsregel in de praktijk werkt.

 

Beide vormen vallen onder de noemer ‘jurisprudentieonderzoek’, terwijl de manier waarop beide functioneren en de vraag die beide beantwoorden erg verschillend zijn. Waar bij de rechtsbron-methode de inhoud van de jurisprudentie centraal staat, is dat bij de kennisbron-methode niet zo. Bij de kennisbron-methode is de jurisprudentie juist een middel dat er toe dient om een praktische uitwerking van deze jurisprudentie te achterhalen. Je zal dus een keuze moeten maken welke methode jij gaat gebruiken en je keuze zal afhankelijk zijn van wat jij wilt onderzoeken.

 

Samenvattend kan het volgende worden gesteld. In het kader van een jurisprudentieonderzoek dien je de volgende stappen te doorlopen:

1. Wat wil je gaan onderzoeken? Dit onderdeel moet je niet onderschatten. De vraag wat je wilt onderzoeken is namelijk niet eenvoudig te beantwoorden. Vaak kom je er ook pas achter wat je überhaupt onderzocht hebt, wanneer je de conclusie aan het trekken bent. Het is ook geen probleem als dit enigszins dialectisch gebeurd, maar het gevaar ontstaat dan dat je niet meer weet wat je aan het onderzoeken bent. Denk dus goed na over wat exact de onderzoeksvraag voor dit onderzoek zal luiden.
Een ander gevaar schuilt erin dat je onderzoeksvraag te ruim is en dat er te veel mogelijke antwoorden zijn. Ook hierdoor zie je al snel door de bomen het bos niet meer. Dus niet: “Hoe gaan rechters met Haviltex om? Maar wel: “Hoe beoordelen rechters de Haviltexnorm wanneer algemene voorwaarden in het geding zijn?”

2. Hoe wil je gaan onderzoeken? Kies je voor de jurisprudentie als kennisbron of juist als rechtsbron? Hier is het dus van belang dat je goed weet wat je wilt onderzoeken. In een geval waarin jurisprudentie een rechtsbron is, zal je diep moeten ingaan op de uitkomst van de uitspraak. Ook zal je dus veel achtergrondinformatie moeten onderzoeken. Wanneer de jurisprudentie daarentegen een kennisbron is, kan het juist nuttig zijn om een aselecte steekproef van uitspraken te nemen en daar één aspect dat van belang kan zijn voor jouw onderzoek, uit te halen. Formuleer dan helder welk aspect je wilt onderzoeken, in welke type uitspraak je dit hoopt te vinden en vooral waarom je dat alleen in dat type uitspraak kunt vinden. Het is echter goed mogelijk dat je in dit onderdeel van je onderzoek erachter komt dat hetgeen je wilde onderzoeken, niet te onderzoeken valt. Het is dan de kunst om je onderzoeksvraag dusdanig aan te passen zodat je wél een onderzoek kunt doen. Een manier om dit te doen is de vraag aan te passen zodat de jurisprudentie geen rechtsbron maar een kennisbron wordt, of andersom. Een voorbeeld daarvan kan zijn: “Hoe werkt de uitleg van overeenkomst?” naar “wat doen de rechters indien de intentie van partijen bij een overeenkomst niet gelijk is aan de letterlijke tekst ervan?”. In het eerste voorbeeld is de jurisprudentie een rechtsbron, terwijl de jurisprudentie in het tweede voorbeeld een kennisbron is.

3. Wat is de conclusie? Hier gaan veel onderzoekers de fout in. Het verwerken van de gegevens is essentieel en behoeft veel aandacht. Ook in dit deel van je onderzoek is het van belang te weten of de jurisprudentie een rechtsbron of een kennisbron is. Wanneer de jurisprudentie een rechtsbron is, zal de conclusie overeenkomen met de rechtsregel van die uitspraak. Wel is het dan van belang dat je goed het referentiekader van de uitspraak weet en alle aspecten ervan overweegt. Zo kan het ook nuttig zijn om sommige aspecten niet mee te wegen, anders zal je antwoord veel te uitgebreid worden. Geef daar dan echter wel een duidelijke en redelijke onderbouwing aan. Als de jurisprudentie een kennisbron is, dien je al helemaal aan te geven welke feiten je wel en niet meeweegt. Zoals in het voorgaand onderdeel is gesteld, zullen, in het geval dat de jurisprudentie een kennisbron is, vaak meerdere uitspraken worden vergeleken om daar één aspect uit te halen. Het kan best lastig zijn hier een goede conclusie aan te verbinden. De gevaren zijn namelijk dat hetgeen je onderzocht hebt niet een exact antwoord geeft dat jij wél nodig hebt voor jouw onderzoek. Dit is geen probleem, maar durf dit dan wel te erkennen. In een onderzoek is het immers niet alleen van belang te weten wat je onderzoekt, maar ook en vooral wat je niet onderzoekt.

 

Doordat er niet één aanvaarde manier van jurisprudentieonderzoek bestaat, rust er een grote verantwoordelijkheid op de onderzoeker zelf om zijn onderzoek goed vorm te geven. Wat je in ieder geval niet moet doen is letterlijk de tekst van de uitspraken overnemen. Onderzoeken is niet samenvatten. Onderzoeken, zo ook het doen van een jurisprudentieonderzoek, is het antwoord zoeken op een vraag door middel van een voorafgaand gemaakte keuze en hier vervolgens een goede conclusie aan verbinden. Je zal aldus zelf een onderzoek handeling moeten verrichten.

 

Wij hopen dat wij je in deze tekst wat meer inzicht hebben kunnen bieden in het verrichten van een goed jurisprudentieonderzoek.

 

Mocht je nog vragen hebben kun je gerust contact met ons opnemen bij YOU!Students.

 

Karin_Footer

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *